ECLI:NL:HR:2011:BR0444
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewezenverklaring bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht
In deze zaak stond de bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht centraal, gepleegd door verdachte jegens twee minderjarige kinderen via een dreigende brief aan hun vader. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte in december 2007 deze bedreiging heeft geuit, wat werd ondersteund door de gedetailleerde getuigenverklaring van de vader van de kinderen. Deze getuige verklaarde dat hij zijn kinderen de strekking van de bedreiging had meegedeeld, wat grote impact op hen had en leidde tot veiligheidsmaatregelen.
De verdediging voerde aan dat de bedreigde kinderen niet daadwerkelijk van de bedreiging op de hoogte waren gesteld en dat de uitlatingen geen daadwerkelijke bedreiging inhielden. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat het voldoende was dat de vader de bedreiging had doorgegeven en dat de bewoordingen geschikt waren om bij de kinderen vrees voor hun leven op te wekken.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, verwijzend naar eerdere jurisprudentie dat vereist is dat de bedreigde daadwerkelijk kennis heeft genomen van de bedreiging en dat deze zodanig is dat bij de bedreigde vrees voor het leven kan ontstaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit terecht had vastgesteld en dat het middel van de verdediging faalde. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.