ECLI:NL:PHR:2011:BR0552
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid ondanks vormverzuim bij vernietiging geheimhoudergesprekken in gewelds- en diefstalzaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar voor medeplegen van meerdere gewelddadige diefstallen en vrijheidsberoving. Tijdens het vooronderzoek werden gesprekken met geheimhouders niet tijdig vernietigd, wat een vormverzuim opleverde volgens artikel 359a Sv.
De verdediging stelde dat dit verzuim zo ernstig was dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard, of dat strafvermindering op zijn plaats was. Het hof oordeelde echter dat hoewel sprake was van onzorgvuldig handelen en een onherstelbaar vormverzuim, geen nadeel of schending van het recht op een eerlijk proces voor verdachte was vastgesteld. Geen van de gesprekken was gebruikt in het bewijs en er was geen aanwijzing dat ze het opsporingsonderzoek stuurden.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de juiste afweging heeft gemaakt volgens artikel 359a Sv, waarbij de ernst van het verzuim, het belang van het voorschrift en het nadeel voor verdachte worden meegewogen. De klacht dat het niet tijdig vernietigen van geheimhoudergesprekken altijd tot niet-ontvankelijkheid moet leiden, wordt verworpen. Ook het verweer dat het opzet van verdachte op geweld onvoldoende is bewezen, wordt afgewezen op basis van de nauwe en bewuste samenwerking en intensief telefooncontact tijdens de overval.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarbij verdachte wordt veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldige omgang met geheimhoudergesprekken, maar erkent dat vormverzuimen niet automatisch leiden tot niet-ontvankelijkheid als geen nadeel is vastgesteld.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt acht jaar gevangenisstraf ondanks vormverzuim bij vernietiging geheimhoudergesprekken