ECLI:NL:PHR:2011:BR2818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik ondanks betwisting onrechtmatigheid doorzoekingen en aanhouding
In deze zaak stond de vraag centraal of bewijs dat voortkwam uit een mogelijk onrechtmatige aanhouding en doorzoeking van een medeverdachte, en de daarop volgende doorzoeking van de woning van verdachte, uitgesloten moest worden. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, met een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie voorwaardelijk.
De verdediging stelde dat de initiële aanhouding en doorzoeking van de medeverdachte onrechtmatig waren, waardoor ook het bewijs tegen verdachte onrechtmatig was verkregen en uitgesloten diende te worden. Het hof verwierp dit beroep op onrechtmatigheid met de overweging dat de verdachte niet zelf was getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden.
De Hoge Raad bevestigde deze motivering en oordeelde dat het Schutznorm-principe inhoudt dat een beroep op onrechtmatigheid jegens een ander dan de verdachte doorgaans geen rechtsgevolg heeft, tenzij de verdachte daardoor daadwerkelijk wordt geschaad. Het beroep van verdachte werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling ondanks betwisting onrechtmatigheid bewijsverkrijging.