ECLI:NL:PHR:2011:BR3044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen drugssmokkel en bezit van valse paspoorten bevestigd met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van het opzettelijk buiten Nederland brengen van 36,7 kilogram cocaïne, het meerdere malen handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, en het bezit van meerdere valse paspoorten waarvan hij wist dat ze vals waren.
In cassatie werden drie middelen voorgesteld. Het eerste middel klaagde over het gebruik van processen-verbaal van Britse opsporingsautoriteiten als bewijsmateriaal, wat de Hoge Raad verwierp omdat het Hof deze slechts als aanleiding voor het onderzoek gebruikte en niet als redengevende feiten.
Het tweede middel richtte zich op de bewijsvoering omtrent het bezit van valse paspoorten, waarbij werd gesteld dat het proces-verbaal niet voldoende was omdat het gebaseerd was op een getuigenverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat de verbalisant zelf aanwezig was geweest bij de doorzoeking en dat het nader onderzoek door de verbalisant zelf was uitgevoerd, waardoor het middel faalde.
Het derde middel slaagde: de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat waren ingediend bij de Hoge Raad. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van de uitspraak betreffende de gevangenisstraf en mat deze naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige veroordelingen bleven in stand.