ECLI:NL:PHR:2011:BR3045
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens schending consultatierecht verdachte voorafgaand aan politieverhoor
In deze zaak stond centraal of de verdachte voorafgaand aan zijn eerste politieverhoor voldoende gelegenheid heeft gehad om een advocaat te raadplegen, zoals vereist op grond van artikel 6 EVRM Pro en de Salduz-jurisprudentie van het EHRM. De verdachte werd aangehouden en verhoord zonder dat hij voorafgaand aan het verhoor een raadsman kon raadplegen. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de verdachte daarom uitgesloten moesten worden van het bewijs.
Het hof oordeelde dat de verdachte wel op zijn consultatierecht was gewezen en dat hij geen gebruik had gemaakt van zijn recht op rechtsbijstand. De Hoge Raad stelt echter dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk is omdat het niet vaststelt dat de verdachte daadwerkelijk voorafgaand aan het verhoor op zijn consultatierecht is gewezen en dat hem binnen redelijke grenzen gelegenheid is geboden om dat recht te verwezenlijken.
De Hoge Raad benadrukt dat het consultatierecht inhoudt dat de verdachte de mogelijkheid moet krijgen om vóór het eerste verhoor een advocaat te raadplegen, tenzij hij ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht. Dit was hier niet het geval. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het verhoor niet kon worden uitgesteld totdat een advocaat aanwezig was. Daarom is sprake van een vormverzuim dat in beginsel leidt tot bewijsuitsluiting van de verklaringen die zonder rechtsbijstand zijn afgelegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op het feit dat medeplegen van een strafbaar feit en de opgelegde straf. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing op basis van een juiste toepassing van het consultatierecht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het consultatierecht van verdachte voorafgaand aan het eerste politieverhoor.