ECLI:NL:PHR:2011:BR3086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schending van het beginsel van hoor en wederhoor door onjuiste adressering van oproep in hoger beroep familierecht
In deze zaak ging het om een geschil tussen ouders over het gezag en de omgang met hun minderjarige dochter. De rechtbank had eerder het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend en bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de dochter bij de moeder zou zijn. De moeder kwam hiertegen in hoger beroep bij het hof.
De vader werd door het hof aangeschreven via een aangetekende brief op een verkeerd adres, terwijl hij inmiddels een andere woonplaats had. Hierdoor ontving hij de oproep voor de mondelinge behandeling niet correct. De brief voor de mondelinge behandeling werd zelfs per gewone post verstuurd naar het verkeerde adres. Dit leidde ertoe dat de vader niet is verschenen en geen verweerschrift heeft ingediend, waardoor hij als niet verschenen belanghebbende werd beschouwd.
De Hoge Raad oordeelt dat de oproeping niet deugdelijk heeft plaatsgevonden en dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. De beschikking van het hof wordt daarom vernietigd en de zaak wordt verwezen zodat de vader alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om verweer te voeren en eventueel incidenteel hoger beroep in te stellen.
De zaak benadrukt het belang van correcte adressering en oproeping in procedures, zeker wanneer het gaat om niet verschenen belanghebbenden, om de fundamentele procesrechten te waarborgen.
Uitkomst: De beschikking van het hof wordt vernietigd vanwege schending van het beginsel van hoor en wederhoor door onjuiste adressering van de oproep.