ECLI:NL:PHR:2011:BR5310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie en terugwerkende kracht met betrekking tot draagkracht en behoefte
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie na echtscheiding, waarbij de vrouw een verhoging van de alimentatie vordert met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009. De rechtbank wees dit toe, maar het hof stelde de verhoging lager vast en bepaalde als ingangsdatum de datum van het verzoekschrift, 17 februari 2009.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de terugwerkende kracht van de wijziging geen ingrijpende gevolgen voor haar heeft, aangezien zij een omvangrijk bedrag moest terugbetalen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende rekening had gehouden met de financiële situatie van de vrouw, waaronder haar geringe inkomen en de mogelijkheid tot verrekening van terugbetalingen.
Daarnaast werd besproken of de vrouw extra kosten voor de kinderen mocht opvoeren die de behoefte zouden verhogen. Het hof vond dat zij onvoldoende had onderbouwd dat deze kosten buiten de standaardtabel vielen, en dat oordeel werd bevestigd.
Ten slotte werd het incidenteel cassatieberoep van de man behandeld, die stelde dat schulden door loonbeslag zijn ontstaan die zijn draagkracht beperken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht geen rekening hield met deze schulden, omdat deze al bekend waren bij het opstellen van het appelschrift en niet specifiek waren onderbouwd.
De Hoge Raad verwierp zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat de wijziging van kinderalimentatie met ingang van de datum van het verzoek gerechtvaardigd is en dat de terugwerkende kracht geen onaanvaardbare gevolgen voor de vrouw heeft.