ECLI:NL:PHR:2011:BR7038
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor naheffingsaanslag omzetbelasting wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Belanghebbenden, bestuurders van een vennootschap, werden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2002-2004. De vennootschap had te lage bedragen aangegeven en betaald, deels gebaseerd op schattingen in plaats van juiste administratie. Een melding van betalingsonmacht werd pas gedaan in de naheffingsfase, nadat de aanslag was opgelegd.
De Rechtbank vernietigde de aansprakelijkstelling, maar het Hof verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en wees de bestuurders aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. De Hoge Raad toetste onder meer de geldigheid van de melding betalingsonmacht en de gevolgen van opzettelijk onjuiste aangiften.
De Hoge Raad oordeelde dat de melding betalingsonmacht in de naheffingsfase slechts rechtsgeldig kan zijn voor het verschil tussen de aangegeven en de materieel verschuldigde belasting, mits geen sprake is van opzet of grove schuld. Opzettelijk onjuiste aangiften sluiten een rechtsgeldige melding uit. Tevens is het kennelijk onbehoorlijk bestuur wanneer bestuurders bewust onjuiste aangiften doen en daardoor belastingschulden onbetaald blijven. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde de aansprakelijkheid van de bestuurders.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.