ECLI:NL:HR:2011:BR7038
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bestuurdersaansprakelijkheid voor naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks eerdere melding betalingsonmacht
Belanghebbenden, bestuurders van een vennootschap, werden aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde omzetbelasting over 2002-2004, inclusief heffingsrente, invorderingsrente en boete. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank de aanslagen, maar het hof stelde de aanslagen weer in stand. Belanghebbenden stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelt dat de regeling voor melding van betalingsonmacht in artikel 7 van Pro het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 (UBIW 1990) een uitzondering kent voor naheffingsaanslagen die betrekking hebben op niet aangegeven bedragen. Omdat de naheffingsaanslag was gebaseerd op opzet of grove schuld van de vennootschap, kon de melding van betalingsonmacht niet met vrucht worden gedaan.
De brief van 7 oktober 2004, waarin betalingsonmacht werd gemeld, kon daarom niet worden aangemerkt als een geldige melding voor de naheffingsaanslag. De Hoge Raad bevestigt hiermee de aansprakelijkheid van de bestuurders en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de bestuurdersaansprakelijkheid voor de naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks eerdere melding van betalingsonmacht.