ECLI:NL:PHR:2011:BS1715
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring seksueel misbruik en past strafvermindering toe wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een verdachte die tussen april 2006 en mei 2007 in Hellevoetsluis meerdere seksuele handelingen heeft gepleegd met een minderjarige onder de twaalf jaar. Het hof heeft hem veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier voorwaardelijk, en heeft daarnaast betalingsverplichtingen opgelegd aan verdachte.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de bewezenverklaring onvoldoende was onderbouwd, met name dat niet zonder meer kon worden aangenomen dat hij de vagina van het slachtoffer had gelikt. De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de verklaringen, waaronder die van het slachtoffer en verdachte zelf, wel degelijk kon worden afgeleid dat deze handeling had plaatsgevonden. Eventuele kennelijke misslagen in de bewezenverklaring konden ambtshalve worden hersteld zonder dat dit de aard en ernst van het bewezenverklaarde aantastte.
Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor berechting, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden omdat de stukken niet binnen acht maanden na het instellen van cassatie waren ontvangen. Dit leidde tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verlaagde de straf naar eigen goeddunken, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.