ECLI:NL:PHR:2011:BT2515
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM in uitleveringszaak Kroatië
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Republiek Kroatië gericht aan Nederland voor een persoon die wordt verdacht van gedragingen tijdens een niet-internationaal gewapend conflict in Bapska tussen 1992 en 1995. De Rechtbank Leeuwarden verklaarde het eerste uitleveringsverzoek ontoelaatbaar wegens ongenoegzaamheid van de stukken en het ontbreken van dubbele strafbaarheid. Het Openbaar Ministerie trok het cassatieberoep tegen deze uitspraak in en diende een tweede uitleveringsverzoek in, dat door de Rechtbank eveneens werd afgewezen en het OM niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het gesloten systeem van rechtsmiddelen.
De Hoge Raad overweegt dat het uitleveringsrecht geen gesloten systeem van rechtsmiddelen kent zoals het strafprocesrecht en dat een hernieuwd uitleveringsverzoek ook zonder nieuwe of gewijzigde omstandigheden kan worden ingediend, waarbij de rechter opnieuw toetst. De Rechtbank had ten onrechte het OM niet-ontvankelijk verklaard. Bovendien was het oordeel van de Rechtbank dat er geen nieuwe of gewijzigde omstandigheden waren onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak en bepaalt dat de zaak inhoudelijk moet worden behandeld. De opgeëiste persoon wordt opgeroepen voor een zitting bij de Hoge Raad om gehoord te worden over het uitleveringsverzoek. Een terugwijzing naar de Rechtbank of verwijzing naar een hof is niet aan de orde gezien de spoedeisendheid van de procedure.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie en roept de opgeëiste persoon op voor zitting.