ECLI:NL:PHR:2011:BT2683
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering aan de Verenigde Staten wegens seksueel misbruik en verkrachting
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een Amerikaanse staatsburger aan de Verenigde Staten wegens meerdere strafbare feiten, waaronder verkrachting, sodomie en seksueel misbruik van zijn adoptiedochter tussen 1988 en 1996. Het verzoek is ingediend door de Amerikaanse autoriteiten en bevat onder meer beëdigde verklaringen, een aanklacht en arrestatiebevel.
De Hoge Raad vernietigde eerder een uitspraak van de rechtbank Middelburg die de uitlevering ontoelaatbaar had verklaard en beval dat de opgeëiste persoon zou worden gehoord. Tijdens de zitting op 28 juni 2011 werd de opgeëiste persoon gehoord en zijn bezwaren tegen uitlevering besproken, waaronder gezondheidsredenen en mogelijke schending van artikel 4 EVRM Pro door dwangarbeid.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die uitlevering in de weg staan. De gezondheidsproblemen en leeftijd van de opgeëiste persoon vormen geen beletsel voor uitlevering, hoewel de Minister geadviseerd kan worden een medisch onderzoek te laten uitvoeren. Het mogelijke risico op dwangarbeid is onvoldoende concreet om uitlevering te weigeren. De dubbele strafbaarheid is vastgesteld en het bewijs voldoet aan de vereisten.
De uitlevering wordt daarom toelaatbaar verklaard, waarmee de weg is vrijgemaakt voor de Minister om de uiteindelijke beslissing over uitlevering te nemen, rekening houdend met humanitaire aspecten en de voorwaarden van het uitleveringsverdrag.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toelaatbaar.