ECLI:NL:PHR:2011:BT2704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Benoeming voogd in conflictsituatie rond minderjarig kind en gezagsuitoefening
Deze zaak betreft de voorziening in het gezag over een minderjarig kind, geboren in Indonesië, dat in een conflictsituatie is betrokken tussen verschillende partijen die aanspraak maken op voogdij. Het kind werd op jonge leeftijd afgestaan door de biologische ouders en vervolgens naar Nederland gebracht. Na diverse wisselingen in de zorg en een conflict tussen betrokken partijen, werd het kind onder toezicht gesteld en geplaatst in een therapeutisch pleeggezin.
Verzoekers hebben de rechtbank verzocht hen tot voogd te benoemen, maar het hof bevestigde de benoeming van het Bureau Jeugdzorg als voogd. De Hoge Raad oordeelt dat de benoeming van een neutrale professionele instelling als het Bureau in een conflictueuze situatie passend en aanbevelenswaardig is, mede vanwege het belang van het kind.
In cassatie werd onder meer een beroep gedaan op artikel 8 EVRM Pro (familie- en gezinsleven), maar de Hoge Raad wijst dit af omdat dit beroep niet in de eerdere instanties is aangevoerd en er geen onmiskenbare inbreuk op dat recht is vastgesteld. Ook klachten over de motivering van het hof en de plaatsing van het kind worden ongegrond verklaard. De Hoge Raad concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de benoeming van het Bureau Jeugdzorg als voogd en wijst het cassatieberoep af.