ECLI:NL:PHR:2011:BT6444
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij ontbreken bepaaldelijke volmacht advocaat
In deze jeugdzaak werd verdachte door het gerechtshof veroordeeld tot jeugddetentie wegens het bezit van een vals reisdocument. De advocaat van verdachte verleende een schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen, maar deze volmacht bevatte niet de vereiste verklaring dat de advocaat bepaaldelijk door verdachte was gemachtigd tot het instellen van het beroep.
De Hoge Raad benadrukte dat op grond van artikel 450 lid 1 sub a Sv Pro de volmacht van de advocaat aan een griffiemedewerker moet bevatten dat de advocaat bepaaldelijk door de verdachte is gemachtigd. De formulering in deze zaak was onvoldoende, waardoor het cassatieberoep niet ontvankelijk werd verklaard.
Echter, de Hoge Raad erkent dat in een vergelijkbare zaak bij hoger beroep herstel van een dergelijk verzuim mogelijk is door de raadsman de gelegenheid te bieden te verklaren dat hij bepaaldelijk gemachtigd was. Daarom stelt de conclusie voor om de advocaat via de rolraadsheer de mogelijkheid te geven dit te herstellen, zodat verdachte alsnog in het beroep kan worden ontvangen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte volmachtverlening in cassatieprocedures en biedt een genuanceerde benadering waarbij formele fouten niet direct tot niet-ontvankelijkheid hoeven te leiden indien herstel mogelijk is.
Uitkomst: Cassatieberoep niet ontvankelijk wegens ontbreken bepaaldelijke volmacht, met mogelijkheid tot herstel.