ECLI:NL:PHR:2011:BT7502
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bepaalt nieuwe einddatum huurovereenkomst bedrijfsruimte
Het cassatieberoep van de huurders tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank Utrecht bevestigde over het tijdstip waarop de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte eindigt, werd verworpen. Het hof had de einddatum van de huurovereenkomst nader vastgesteld en dit oordeel werd niet onrechtmatig bevonden.
De middelen in het cassatieberoep voldeden niet aan de vereisten van artikel 407 lid 2 Rv Pro, omdat zij niet duidelijk maakten waarom het hof in strijd met het recht zou hebben geoordeeld. De Hoge Raad benadrukte dat rechtsklachten met precisie moeten aangeven welke beslissing onjuist is en waarom het recht is geschonden. Dit was in deze zaak niet het geval.
Hoewel het cassatieberoep werd verworpen, stelde de Hoge Raad vast dat de door het hof bepaalde einddatum inmiddels was verstreken en dat daarom een nieuwe datum voor het einde van de huurovereenkomst en de ontruiming moest worden vastgesteld. De Hoge Raad bepaalde deze nieuwe datum zelf.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep moest worden verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro, en de Hoge Raad volgde dit advies. Het arrest van het hof bleef in stand, met dien verstande dat de einddatum werd aangepast.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de Hoge Raad stelde een nieuwe datum vast voor het einde van de huurovereenkomst en ontruiming.