ECLI:NL:PHR:2011:BT8768
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur
Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3, onder B, van de Opiumwet. Het hof legde een werkstraf van 120 uren op, subsidiair 60 dagen hechtenis, en nam beslissingen over inbeslaggenomen voorwerpen.
Verdachte heeft bij de Hoge Raad geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn. Hierdoor kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep in cassatie. De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De zaak hangt samen met twee andere zaken met griffienummers S 10/01101 en S 10/01099, waarin eveneens niet-ontvankelijk wordt geconcludeerd. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf gegeven in dit arrest.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.