ECLI:NL:PHR:2011:BT8768

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01098
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur

Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3, onder B, van de Opiumwet. Het hof legde een werkstraf van 120 uren op, subsidiair 60 dagen hechtenis, en nam beslissingen over inbeslaggenomen voorwerpen.

Verdachte heeft bij de Hoge Raad geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn. Hierdoor kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep in cassatie. De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.

De zaak hangt samen met twee andere zaken met griffienummers S 10/01101 en S 10/01099, waarin eveneens niet-ontvankelijk wordt geconcludeerd. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf gegeven in dit arrest.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 10/01098(1)
Mr. Silvis
Zitting 11 oktober 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is bij arrest van 26 februari 2010 door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen over inbeslaggenomen voorwerpen.
2. In deze zaak is geen schriftuur ingediend.
3. Nu verdachte niet binnen de bij wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen door een raadsman, kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep in cassatie.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer S 10/01101 en de zaak met griffienummer S 10/01099, waarin heden eveneens wordt geconcludeerd.