ECLI:NL:PHR:2011:BU3271
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kinderalimentatie en terugbetalingsverplichting bij co-ouderschap
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoogte van kinderalimentatie na echtscheiding en de vraag of een lagere alimentatie met terugwerkende kracht kan ingaan zonder terugbetalingsverplichting.
De rechtbank had vastgesteld dat de vader €150 per kind per maand aan kinderalimentatie moest betalen. Het hof stelde dit bij hoger beroep vast op €133 per kind per maand en bepaalde dat voor de periode tussen de beschikking van de rechtbank en het hof de vader slechts hoefde te betalen wat hij daadwerkelijk had betaald. Het hof vond dat terugbetaling door de moeder niet redelijk was vanwege haar inkomen en de leeftijd van de kinderen.
De vader stelde cassatie in, stellende dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met het vermogen van de moeder en dat de lagere alimentatie niet met terugwerkende kracht mocht ingaan zonder dat de moeder terugbetaling kon worden verlangd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom terugbetaling niet kan worden verlangd, met name gezien het vermogen van de moeder. De zaak wordt vernietigd en de Hoge Raad overweegt zelf af te doen vanwege de geringe omvang van het bedrag.
De Hoge Raad bevestigt dat bij wijziging van alimentatie met terugwerkende kracht de rechter behoedzaam moet omgaan met terugbetalingsverplichtingen vanwege de ingrijpende gevolgen voor de onderhoudsgerechtigde. Dit uitgangspunt is hier niet correct toegepast door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onvoldoende motivering over terugbetaling van teveel betaalde kinderalimentatie.