ECLI:NL:PHR:2011:BU7291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdige betaling griffierecht zonder toepassing hardheidsclausule
In deze zaak heeft de moeder tegen een beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld in een alimentatiegeschil. Het hof had eerder de bijdrage van de vader aan de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen op nihil gesteld. De moeder betaalde het verschuldigde griffierecht voor het cassatieberoep niet binnen de wettelijke termijn van vier weken.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 282a Rv. de rechter een verzoeker niet-ontvankelijk moet verklaren indien het griffierecht niet tijdig is voldaan, tenzij toepassing van de hardheidsclausule (art. 282a lid 4 Rv.) gelet op het belang van partijen tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. In deze zaak zijn geen omstandigheden aangevoerd die een uitzondering op de regel rechtvaardigen.
Verder constateert de Hoge Raad dat de procesvertegenwoordiger van de moeder niet in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over het niet tijdig betalen van het griffierecht en de gevolgen daarvan. Daarom wordt de moeder alsnog in de gelegenheid gesteld zich binnen 14 dagen schriftelijk uit te laten over deze kwestie. Daarna zal de Hoge Raad een nadere conclusie nemen over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder toepassing van de hardheidsclausule.