ECLI:NL:PHR:2012:BU5607
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag van twee mentoren wegens gewichtige redenen en niet-ontvankelijkheid cassatie door te late griffierechtsbetaling
In deze zaak is het cassatieberoep van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht één dag te laat is betaald, ondanks verzoek om toepassing van de hardheidsclausule. De Hoge Raad oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende waren om de sanctie buiten toepassing te laten.
De zaak betreft een geschil over het mentorschap van een meerderjarige die niet in staat is haar belangen zelf waar te nemen. De kantonrechter had twee mentoren benoemd, waarvan verzoeker 1 en verweerster 1 later ambtshalve werden ontslagen door het hof wegens gewichtige redenen, waaronder een onwerkbare situatie binnen het meerhoofdig mentorschap.
Het hof wees een verzoek tot benoeming van een externe mentor af omdat de voorgedragen persoon niet geschikt werd geacht. Verzoekers kwamen tegen deze beslissing in cassatie, maar werden niet-ontvankelijk verklaard wegens de te late betaling van het griffierecht.
De Hoge Raad benadrukte dat een overschrijding van de betalingstermijn, ook al is deze gering, niet kan worden gesaneerd door alsnog betaling en dat het belang bij cassatie onvoldoende is voor toepassing van de hardheidsclausule. Het hof had het ontslag van de mentoren voldoende gemotiveerd en dit oordeel was niet onbegrijpelijk.
Uitkomst: Verzoekers tot cassatie worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.