ECLI:NL:PHR:2012:BR0689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over activering en afschrijving van rioolinvesteringen in gemeentelijke rioolrechtverordening
In deze zaak staat centraal of de gemeente Nijmegen de kosten van vervangings- en verbeteringsinvesteringen in het gemeentelijke rioleringsstelsel over 2006 in één keer ten laste van dat jaar mocht brengen, dan wel deze kosten moest activeren en afschrijven over meerdere jaren. Belanghebbende, eigenaar van onroerende zaken aangesloten op de gemeentelijke riolering, betwistte de hoogte van het rioolrecht over 2006, omdat de tarieven volgens hem de geraamde lasten ruimschoots overschreden door het direct ten laste brengen van investeringen.
De Rechtbank Arnhem oordeelde dat activering en afschrijving verplicht waren en verklaarde de verordening onverbindend. Het Hof Arnhem vernietigde dit oordeel en stelde dat de gemeenteraad beleidsvrijheid heeft bij de toerekening van investeringskosten, mits niet in strijd met hogere regelgeving. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en stelt dat vervangingsinvesteringen zonder economisch nut niet verplicht geactiveerd hoeven te worden. De belastingrechter dient met gepaste grondigheid te toetsen, maar mag niet terughoudend zijn in het beoordelen van de rechtmatigheid van de aanslag.
De Hoge Raad benadrukt dat de norm van artikel 229b van de Gemeentewet vereist dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten mogen uitgaan, maar dat het winstverbod niet inhoudt dat investeringen met duurzaam nut altijd geactiveerd moeten worden. De gemeente mag de kosten direct ten laste brengen indien het om vervangings- en niet-uitbreidingsinvesteringen gaat. De uitspraak bevestigt de beleidsvrijheid van gemeenten bij kostentoerekening binnen het kader van het BBV en de Gemeentewet.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de gemeente de investeringskosten in het rioolrecht over 2006 in één keer ten laste mocht brengen.