ECLI:NL:PHR:2012:BR7065
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid bij melding betalingsonmacht en naheffingsaanslag omzetbelasting
In deze zaak staat de bestuurdersaansprakelijkheid centraal op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 en de meldingsplicht bij betalingsonmacht. De vennootschap had een boekenonderzoek ondergaan waaruit bleek dat niet alle omzetbelasting over meerdere jaren volledig was voldaan. Er was een naheffingsaanslag opgelegd, en de bestuurder werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld. De vennootschap had begin 2004 een melding van betalingsonmacht gedaan, waarna de ontvanger op de hoogte was van de betalingsachterstand.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de melding van betalingsonmacht doorliep zolang er een betalingsachterstand was, ook voor naheffingsaanslagen die betrekking hadden op onjuist aangegeven bedragen. Het Hof stelde dat de bestuurder kennelijk onbehoorlijk had gehandeld door opzettelijk te weinig omzetbelasting aan te geven, maar dat de ontvanger onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg was van dit bestuur.
De Hoge Raad stelt dat een eerdere melding van betalingsonmacht niet rechtsgeldig blijft indien na die melding opzettelijk onjuiste aangiften worden ingediend, omdat dit de ontvanger onjuiste informatie verschaft en het doel van de meldingsplicht ondermijnt. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat opzettelijk onjuist aangifte doen en onvoldoende betalen van belasting kennelijk onbehoorlijk bestuur vormt. De ontvanger moet echter ook aantonen dat dit bestuur het niet betalen van de belastingschuld heeft veroorzaakt. De zaak wordt verwezen voor verdere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling van de bestuurdersaansprakelijkheid en de geldigheid van de melding betalingsonmacht.