ECLI:NL:GHARN:2011:BP6696
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-aansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks kennelijk onbehoorlijk bestuur
De Ontvanger stelde belanghebbende, als enig directeur en aandeelhouder van een BV, aansprakelijk voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonbelasting. De BV verkeerde sinds begin 2004 in betalingsonmacht en werd in 2006 failliet verklaard. De rechtbank oordeelde dat de betalingsonmacht tijdig was gemeld en dat niet was voldaan aan het bewijs van causaal verband tussen kennelijk onbehoorlijk bestuur en niet-betaling.
In hoger beroep stond centraal of de melding betalingsonmacht uit 2004 ook van toepassing was op de naheffingsaanslag van 2006, ondanks opzettelijk te weinig aangegeven omzetbelasting. Het hof bevestigde dat een eerdere melding niet opnieuw hoeft te worden gedaan zolang de betalingsachterstand voortduurt. De uitzonderingsbepaling voor opzet of grove schuld vond geen toepassing op de meldingsplicht.
Hoewel het hof vaststelde dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur door opzettelijk niet aangegeven omzetbelasting, slaagde de ontvanger er niet in het causaal verband met de niet-betaling aannemelijk te maken. De BV kon de belastingschuld vanwege financiële situatie niet voldoen, ook als de belasting juist was aangegeven. Daarom werd het hoger beroep van de ontvanger ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling vernietigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende niet aansprakelijk is voor de naheffingsaanslag omdat de ontvanger het causaal verband met kennelijk onbehoorlijk bestuur niet heeft bewezen.