ECLI:NL:PHR:2012:BT1816
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldboete ondanks bezwaar tegen dubbele bestraffing rechtspersoon en natuurlijk persoon
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem bevestigd dat de verdachte, een rechtspersoon, zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van valsheid in geschrift met betrekking tot documenten over zeevisreizen. Het hof legde een geldboete op, deels voorwaardelijk, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten en de vermogenspositie van de onderneming.
De verdediging voerde aan dat de geldboete leidt tot een gevoel van dubbele of driedubbele bestraffing omdat de natuurlijk persoon, die enig aandeelhouder en feitelijk leidinggever is, reeds eerder is gestraft. Tevens werd betoogd dat toepassing van artikel 9a Sr, dat dubbele bestraffing voorkomt, hier aan de orde zou moeten zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het standpunt van de verdediging niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359.2 Sv heeft herkend, maar dat dit niet onbegrijpelijk is. Bovendien is het hof in de strafoplegging voldoende gemotiveerd en heeft het rekening gehouden met de omstandigheden van de onderneming.
Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen. De opgelegde geldboete blijft in stand, ondanks de bezwaren over dubbele bestraffing en de vermogenspositie van de rechtspersoon.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de geldboete opgelegd aan de rechtspersoon.