ECLI:NL:PHR:2012:BT2183

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03843 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijkheid cassatieberoep inzake onvolledige specificatie inbeslaggenomen goederen

In deze zaak heeft klager cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch waarin zijn beklag ex art. 552a Sv deels werd gegrond verklaard en deels ongegrond. Klager vorderde onder meer een uitvoerige specificatie van de in beslag genomen goederen, omdat uit de kennisgeving niet bleek wat precies was ingenomen. De rechtbank oordeelde echter dat het openbaar ministerie niet verplicht kon worden tot het verstrekken van een uitgebreidere omschrijving dan bij inbeslagneming.

De Hoge Raad overweegt dat art. 552a Sv niet voorziet in een beklag over onvolledigheid of vaagheid van de kennisgeving van inbeslagneming, noch over het uitblijven van een gedetailleerde inventarisatie bij teruggave. Hierdoor is het oordeel van de rechtbank dat een dergelijke inventarisatie niet redelijkerwijs van het openbaar ministerie kan worden verlangd, geen beslissing waartegen cassatie mogelijk is.

Omdat het cassatiemiddel niet met rechts- of motiveringsklachten tegen de beslissing op het beklag komt, is het middel niet-ontvankelijk. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van klager daarom niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan een deugdelijk middel.

Conclusie

Nr. 10/03843 B
Mr. Knigge
Zitting: 13 september 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank te 's-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 13 augustus 2010 het beklag van klager ex art. 552a Sv ongegrond verklaard ten aanzien van de bescheiden 8 t/m 21 uit de ordner met opschrift [a-straat 1-1a] Den Bosch, [...] en gegrond verklaard en de teruggave gelast van de in beslag genomen voorwerpen en bescheiden zoals omschreven in de beschikking.
2. Tegen deze uitspraak is namens klager cassatieberoep ingesteld.(1)
3. Namens klager heeft mr. M.L. Plas, advocaat te Utrecht, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel
4.1. Het middel klaagt over schending van art. 94 Sv Pro nu de Rechtbank ten onrechte heeft nagelaten het openbaar ministerie te gelasten een uitvoerig overzicht op te maken en te verstrekken van de onder verzoeker in beslag genomen goederen, terwijl uit de kennisgeving inbeslagneming niet blijkt wat precies in beslag is genomen, zodat het doel en strekking van die kennisgeving niet is nageleefd.
4.2. Op 26 maart 2010 heeft in het kader van een strafzaak tegen [betrokkene 1] een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van klager en zijn verschillende goederen (onder meer computerapparatuur, usb-sticks en administratieve bescheiden) in beslag genomen.
4.3. Op 15 april 2010 is namens klager een klaagschrift ingediend waarin is verzocht om teruggave van de op 26 maart 2010 in zijn woning inbeslaggenomen goederen nu zijn bedrijfsvoering gevaar loopt wegens het ontbreken van noodzakelijke goederen en gegevens.
4.4. De gang van zaken is - kort en zakelijk weergegeven - als volgt geweest. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 28 mei 2010 is de behandeling geschorst tot 11 juni 2010 waarbij de Rechtbank onder meer de raadsvrouwe van klager heeft verzocht een duidelijke specificatie van de inbeslaggenomen goederen te verstrekken aan de Rechtbank en de officier van justitie. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 11 juni 2010 heeft de raadsman van klager terzake medegedeeld dat zijn cliënt niet weet wat er allemaal in beslag is genomen en dus niet kan aangeven welke stukken hij al niet nodig heeft voor zijn administratie. De behandeling is wederom geschorst tot de zitting van 30 juli 2010. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 30 juli 2010 heeft de raadsvrouwe van verzoeker verzocht om het openbaar ministerie te gelasten een uitvoerig overzicht van al de in beslag genomen voorwerpen op te stellen omdat verzoeker "wil controleren wat al dan niet is geretourneerd". Voor het overige heeft zij gepersisteerd bij het beslag.
4.5. De bestreden beschikking houdt hieromtrent het volgende in:
"Volgens de officier van justitie verzet het belang van strafvordering zich niet meer tegen de teruggave van de in dit overzicht nader aangeduide voorwerpen/bescheiden, waarvan het beslag reeds is opgeheven, met uitzondering van de bescheiden .8 t/m .21 uit de ordner met opschrift [a-straat 1-1a] Den Bosch (voorwerpnummer [...]), welke in kopie aan klager zijn verstrekt. Nu het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen/bescheiden (met uitzondering van de voornoemde bescheiden) zal de teruggave van deze voorwerpen/bescheiden aan klager worden gelast. In zoverre is het klaagschrift gegrond. Anders dan de raadsvrouwe heeft gesteld, is de rechter evenwel van oordeel dat van het openbaar ministerie in redelijkheid niet verlangd kan worden dat bij teruggave van deze voorwerpen/bescheiden een uitgebreidere omschrijving wordt gegeven dan bij inbeslagneming. Ten onrechte weigert klager dan ook op deze grond de door het openhaar ministerie aangeboden voorwerpen/bescheiden in ontvangst te nemen. "
4.6. In art. 552a, eerste lid, Sv is opgenomen in welke gevallen beklag mogelijk is. Hierin is niet opgenomen dat geklaagd kan worden over onvolledigheid dan wel vaagheid van de kennisgeving van inbeslagneming. Evenmin biedt het artikellid de mogelijkheid om te klagen over het uitblijven van een deugdelijke inventarisatie van in beslag genomen, maar terug te geven voorwerpen. Het oordeel van de Rechtbank dat het opmaken van een dergelijke inventarisatie in redelijkheid niet van het openbaar ministerie kan worden gevergd - waarop de hiervoor onder punt 1 vermelde beslissingen niet steunen - , levert dan ook geen beslissing op waarover in cassatie kan worden geklaagd.
4.7. Nu het middel niet met rechts- of motiveringsklachten opkomt tegen de onder punt 1 vermelde beslissingen(2), is van een deugdelijk middel geen sprake. Dat betekent dat klager niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat klager niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [klaagster] (10/03844 B), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.
2 In het midden kan blijven of het cassatieberoep niet in die zin beperkt dient te worden opgevat dat het zich niet richt tegen de gedeeltelijke gegrondverklaring van het beklag.