ECLI:NL:PHR:2012:BT2184
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerd oordeel over beslag op onroerende zaken in strafzaak
In deze zaak heeft de rechtbank het beklag van klaagster tegen het beslag op haar onroerende zaken ongegrond verklaard. Het beslag betrof een woonhuis met bedrijfspand, ondergrond, tuin, berging en verdere aanhorigheden gelegen te 's-Hertogenbosch. Het beslag was gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen een derde, waarbij de onroerende zaken mogelijk verbeurd verklaard zouden kunnen worden.
Klaagster stelde dat zij de eigenaar was en dat de derde slechts huurder was, waardoor de panden niet verbeurd konden worden verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter de panden zou verbeurd verklaren, zonder nadere motivering van dit oordeel.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gemotiveerd en onbegrijpelijk is. De rechtbank heeft niet duidelijk gemaakt waarop zij haar oordeel baseert, terwijl klaagster te goeder trouw lijkt te zijn en zelf geen verdachte is. Daarom wordt de beschikking vernietigd en wordt verwezen naar een passende beslissing door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug.