ECLI:NL:PHR:2012:BT6689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid gesloten stelsel kansspelen ondanks expansie en reclame
In deze zaak heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verenigbaarheid van het Nederlandse kansspelbeleid met artikel 49 EG Pro (thans artikel 56 VWEU Pro). Het ging met name om de vraag of een restrictief nationaal kansspelbeleid dat gokverslaving en fraude beoogt te beteugelen, verenigbaar is met het EU-recht, ook als vergunninghouders nieuwe kansspelen mogen introduceren en reclame mogen maken.
Het HvJ EU heeft geoordeeld dat een dergelijk beleid verenigbaar kan zijn, mits het daadwerkelijk bijdraagt aan de doelstellingen en de uitbreiding van het aanbod niet onverenigbaar is met de beteugeling van gokverslaving. Tevens is vastgesteld dat een lidstaat een gesloten stelsel mag hanteren dat buitenlandse aanbieders via internet uitsluit, vanwege de bijzondere risico's van internetkansspelen op fraude en consumentenbescherming.
De Hoge Raad heeft deze uitspraken overgenomen en benadrukt dat het Nederlandse beleid, ondanks de mogelijkheid tot uitbreiding van het spelaanbod en reclame, een samenhangend en stelselmatig beleid vormt dat het gokken beperkt ten opzichte van een situatie zonder regulering. Klachten van Ladbrokes dat het beleid onvoldoende gericht zou zijn op vermindering van speelgelegenheden en dat fondsenwerving een pijler zou zijn, zijn verworpen. De Hoge Raad wijst op de beoordelingsvrijheid van nationale autoriteiten en de beperkte toetsing door de rechter.
De zaak bevestigt dat het Nederlandse kansspelbeleid, inclusief het gesloten vergunningstelsel en het gecontroleerde expansiebeleid, niet in strijd is met het EU-recht, ook niet als vergunninghouders hun aanbod vernieuwen en reclame maken, zolang de doelstellingen van gokverslaving en fraude worden nagestreefd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Ladbrokes wordt verworpen; het Nederlandse gesloten vergunningstelsel voor kansspelen is verenigbaar met EU-recht.