ECLI:NL:PHR:2012:BT7075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens bewijsklacht in omzetbelastingfraudezaak met terugverwijzing
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen een verdachte die als feitelijk leidinggever van een rechtspersoon werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist en onvolledig doen van aangiften omzetbelasting en deelname aan een criminele organisatie gericht op btw-fraude.
Het hof had bewezen verklaard dat de verdachte bewust valse facturen gebruikte om binnenlandse leveringen van prepaid telefoonkaarten als intracommunautaire leveringen te presenteren, waardoor belasting werd ontdoken. De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van een pleitbaar standpunt en dat het openbaar ministerie het gelijkheidsbeginsel had geschonden door de verdachte wel te vervolgen terwijl in vergelijkbare zaken werd afgezien van vervolging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet voldeed aan de vereisten van art. 359 lid 3 jo Pro. art. 415 Sv Pro door niet de inhoud van enkele bewijsmiddelen (aangiften omzetbelasting) in het arrest op te nemen, waardoor niet is voldaan aan het strekkingsvereiste. Dit leidt tot nietigheid van het arrest. Verder bespreekt de Hoge Raad uitvoerig de klachten over het bewijs, de motivering van het hof, het pleitbaar standpunt, het gelijkheidsbeginsel en de strafmaat, maar deze worden afgewezen.
De Hoge Raad wijst er ook op dat het hof rekening moet houden met nog te geven antwoorden van het Hof van Justitie van de EU over de btw-status van telefoonkaartverkoop. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling waarbij de bewijsmiddelen correct worden verwerkt.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens niet-naleving van art. 359 lid 3 jo. art. 415 Sv; zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.