ECLI:NL:PHR:2012:BU3987
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep ontnemingszaak wegens partieel ingesteld hoger beroep niet toegestaan
In deze zaak ging het om een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde die wederrechtelijk verkregen voordeel had behaald uit drugshandel. De rechtbank had veroordeelde veroordeeld tot betaling van €217.814 aan de Staat, gebaseerd op bewezenverklaarde feiten uit de strafzaak. Tegen dit vonnis stelde de veroordeelde partieel hoger beroep in, gericht op een specifiek onderdeel van het vonnis.
Het hof verklaarde het partieel hoger beroep niet-ontvankelijk omdat volgens de toepasselijke artikelen van het Wetboek van Strafvordering (art. 407 en Pro 511g Sv) het hoger beroep in ontnemingszaken slechts tegen het gehele vonnis kan worden ingesteld. De beperking van het hoger beroep was daarom niet toegestaan en het hof kon de veroordeelde niet ontvankelijk verklaren.
De advocaat-generaal en de verdediging stelden dat partieel hoger beroep wel mogelijk was, maar de Hoge Raad bevestigde de uitleg van het hof. Er was geen sprake van een voeging van strafzaken die partieel hoger beroep zou toestaan. Het hoger beroep moest in zijn geheel worden ingesteld. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het partieel ingesteld hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat partieel hoger beroep in ontnemingszaken niet is toegestaan en verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.