ECLI:NL:PHR:2012:BU4235

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01980
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overschrijding redelijke termijn in cassatie leidt tot strafvermindering

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verzoeker is veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder overtreding van de Opiumwet en diefstal met braak. De verzoeker stelde cassatie in op 14 mei 2009. De stukken werden echter pas op 12 oktober 2010 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen, wat een overschrijding van de inzendingstermijn van negen maanden betekent.

Daarnaast is de redelijke termijn voor het afronden van het cassatieberoep met bijna zes maanden overschreden. De Procureur-Generaal wijst ambtshalve op deze overschrijdingen en concludeert dat deze moeten leiden tot een vermindering van de opgelegde straf volgens de gebruikelijke maatstaven.

Er zijn geen andere gronden gevonden om het arrest van het hof te vernietigen. De conclusie strekt dan ook uitsluitend tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad constateert overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en bepaalt een strafvermindering.

Conclusie

Nr. 09/01980
Mr. Hofstee
Zitting: 8 november 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte = verzoeker]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoeker bij arrest van 11 mei 2009 wegens 1. "Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod", 2. "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 3. "Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak", veroordeeld tot 120 uren werkstraf, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 40 uren werkstraf, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.(1)
2. Namens verzoeker heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt dat de redelijke inzendingstermijn is overschreden.
4. Het middel treft doel. Verzoeker heeft op 14 mei 2009 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 12 oktober 2010 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat brengt mee dat de inzendingstermijn van maximaal acht maanden met negen maanden is overschreden.
5. Ambtshalve wijs ik er op dat de zaak ook in cassatie niet binnen de daarvoor gestelde termijn kan worden afgedaan. Het geding behoort in cassatie binnen twee jaren met een einduitspraak te zijn afgerond nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Deze termijn is inmiddels met bijna zes maanden overschreden.
6. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn dienen te leiden tot een door Uw Raad te bepalen vermindering van de opgelegde straf.(2)
7. Overige gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vermindering van de opgelegde straf volgens de gebruikelijke maatstaf.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Deze zaak hangt samen met de zaken met griffienummers 09/01977, 09/01978P, 09/01981P, 09/01982, 09/01983P waarin ik heden eveneens concludeer.
2 HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008, 358.