ECLI:NL:PHR:2012:BU4970
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wettelijke rente en uitvoerbaarheid bij voorraad bij overname aandelen volgens art. 2:343 BW
De zaak betreft een langdurige procedure tussen drie broers over de uittreding van één van hen uit twee vennootschappen en de overname van diens aandelen. De Ondernemingskamer stelde uiteindelijk de waarde van de aandelen vast en veroordeelde de medeaandeelhouders tot betaling van de koopprijs vermeerderd met wettelijke rente over het verschil tussen het voorschot en de vastgestelde prijs, en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
In cassatie staat centraal of de Ondernemingskamer terecht wettelijke rente heeft toegekend over de periode tussen overdracht van de aandelen en de definitieve vaststelling van de waarde, en of het arrest uitvoerbaar bij voorraad kon worden verklaard. De Hoge Raad overweegt dat wettelijke rente ingevolge art. 6:119 jo Pro. 6:81 BW pas verschuldigd is vanaf het moment dat de prestatie opeisbaar is, namelijk na onherroepelijkheid en betekening van het vonnis. De Ondernemingskamer heeft de reeds betaalde bedragen als voorschot aangemerkt, waardoor de hoofdsom nog niet opeisbaar was.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat een vonnis waarbij de prijs van aandelen wordt vastgesteld op grond van art. 2:343 BW Pro niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard, omdat de wetgever in art. 2:343 lid 3 BW Pro expliciet bepaalt dat betaling en levering pas binnen twee weken na betekening van het onherroepelijk geworden vonnis moeten plaatsvinden. De Hoge Raad wijst op een wetsvoorstel dat dit zal wijzigen.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het de veroordeling tot betaling van wettelijke rente betreft en wijst toe dat de reeds betaalde rente onverschuldigd was, inclusief wettelijke rente over het onverschuldigd betaalde bedrag vanaf de datum van betaling. De uitvoerbaar bij voorraadverklaring blijft in stand, maar heeft geen belang meer als gevolg van de vernietiging van de renteveroordeling.
Uitkomst: De veroordeling tot betaling van wettelijke rente wordt vernietigd; vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad maar dit heeft geen belang meer.