ECLI:NL:PHR:2012:BU5241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping noodweerverweer bij mishandeling met zwaar lichamelijk letsel
Op 6 november 2007 mishandelde verdachte te Utrecht [betrokkene 1] met een vuistslag, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel, waaronder een schedelbasisfractuur en hersenkneuzing. Het hof veroordeelde verdachte tot een taakstraf en veroordeelde hem tot schadevergoeding aan het slachtoffer.
Verdachte stelde in hoger beroep een beroep op noodweer(exces) in, stellende dat hij handelde ter verdediging van zijn vriend die werd aangevallen. Het hof verwierp dit verweer omdat er volgens het hof geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die een noodzakelijke verdediging rechtvaardigde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onduidelijkheid laat bestaan over de feitelijke toedracht en de beoordeling van noodzakelijkheid en proportionaliteit van de verdediging door elkaar haalt. De Hoge Raad acht het onbegrijpelijk dat het hof het noodweerverweer verwierp zonder voldoende motivering en vernietigt het arrest. Het tweede middel over ontbrekende processtukken faalt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onduidelijkheid in de motivering van de verwerping van het noodweerverweer.