ECLI:NL:PHR:2012:BU5349
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor onrechtmatige afgifte van chroomhoudend lederslib
Op 1 mei 2007 voerde de verdachte rechtspersoon werkzaamheden uit bij een lederfabriek waarbij chroomhoudend lederslib werd afgevoerd naar een bedrijf zonder vergunning voor verwerking van dit afval. De chauffeurs hadden twijfels over de lozing en probeerden contact te zoeken met de afvalverwerker, maar kregen geen duidelijkheid en besloten toch te lossen bij het niet-vergunde bedrijf. De bedrijfsleider van de verdachte gaf onjuiste instructies en greep niet in toen de chauffeurs twijfels uitten.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van de werknemers en de bedrijfsleider redelijkerwijs aan de rechtspersoon kunnen worden toegerekend, omdat het handelen binnen de normale bedrijfsvoering viel en de leidinggevende tekort was geschoten in zijn zorgplicht. Het hof veroordeelde de rechtspersoon voor overtreding van artikel 10.37 van de Wet milieubeheer.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De toerekening aan de rechtspersoon is gegrond, mede gezien het ontbreken van adequate instructies en toezicht. Ook het opzet van de rechtspersoon is voldoende gemotiveerd, waarbij het handelen van de leidinggevende en de bedrijfscultuur een rol spelen. De Hoge Raad ziet geen reden tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De rechtspersoon is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete wegens het opzettelijk ontdoen van chroomhoudend lederslib aan een niet-vergund bedrijf.