ECLI:NL:PHR:2012:BU6786
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkrachtbeginsel bij oplegging geldboete aan rechtspersoon
Het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 50.000 wegens medeplegen van valsheid in geschrift en het doen van onjuiste belastingaangiften door een rechtspersoon. De verdediging voerde aan dat de financiële situatie van verdachte precair was en dat het bedrijf inmiddels beëindigd is, waardoor zij pleitte voor afzien van straf of een voorwaardelijke sanctie.
Het hof motiveerde de boete als passend bij de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder de maatschappelijke positie en draagkracht van verdachte. De Hoge Raad bevestigt dat het draagkrachtbeginsel ook bij rechtspersonen geldt, maar dat dit niet mag leiden tot een disproportionele straf die de zwaarte van het delict ondermijnt.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor het indienen van cassatie is overschreden, wat een verlaging van de straf rechtvaardigt. De Hoge Raad vermindert daarom ambtshalve de opgelegde geldboete, zonder het cassatieberoep verder toe te wijzen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de geldboete van € 50.000 en vermindert deze ambtshalve wegens overschrijding van de redelijke termijn.