ECLI:NL:PHR:2012:BU6926
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest meineed wegens onvoldoende bewijs van opzet bij getuigenverklaring
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor meineed omdat zij op 30 oktober 2007 als getuige een verklaring aflegde waarin zij stelde dat haar ex-partner op 2 juli 2005 aanwezig was op het verjaardagsfeestje van hun dochter, terwijl hij toen in Venlo zat. Het hof achtte bewezen dat verdachte wist dat de verklaring onwaar was en opzettelijk vals had verklaard, mede omdat zij een familielid had benaderd om een bevestigende verklaring af te leggen.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het opzet aannam, omdat zij pas na het afleggen van de verklaring het dossier had gelezen en tot de conclusie kwam dat de verklaring niet kon kloppen. De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsmiddelen niet uitsluiten dat het opzet pas na het afleggen van de verklaring ontstond.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Tevens werd het middel dat de redelijke termijn was overschreden verworpen, omdat dit niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
De zaak betreft een complexe bewijsvoering rond de datum van een verjaardagsfeestje en de aanwezigheid van de ex-partner, waarbij het hof een verkeerde conclusie trok over het opzet van de verdachte bij het afleggen van haar getuigenverklaring.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijs van opzet bij meineed.