ECLI:NL:PHR:2012:BU7276
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid dga voor omzetbelastingschulden ondanks niet-bestaan fiscale eenheid
Deze zaak betreft de fiscale positie van een directeur-grootaandeelhouder (dga) in relatie tot een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Belanghebbende en zijn bv hebben een verzoek ingediend om als fiscale eenheid te worden aangemerkt, maar later werd vastgesteld dat niet aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid was voldaan. Desondanks werd de dga aansprakelijk gesteld voor de omzetbelastingschulden van de fiscale eenheid.
Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van materieel bestaan van de fiscale eenheid en het feit dat de dga volgens het arrest Van der Steen van het Hof van Justitie nooit ondernemer was, de beschikking fiscale eenheid rechtskracht heeft en aansprakelijkheid kan worden opgelegd. Dit wordt mede gedragen door het beginsel van formele rechtskracht en het vertrouwensbeginsel, waarbij belanghebbenden mogen vertrouwen op beleidsbesluiten en onherroepelijke beschikkingen.
De staatssecretaris heeft in een besluit van 21 december 2007 de beleidsbesluiten uit 2002 ingetrokken, met terugwerkende kracht vanaf 2 januari 2008, waarmee het ondernemerschap van de dga eindigt. Dit leidt tot fictieve leveringen en gevolgen voor de fiscale eenheid, maar de aansprakelijkheid blijft bestaan zolang beschikkingen onherroepelijk zijn. De Hoge Raad bevestigt dat de formele rechtskracht van beschikkingen niet zonder meer kan worden doorbroken door latere jurisprudentie.
De zaak illustreert de spanning tussen de ex tunc werking van EU-rechtspraak, het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid en de formele rechtskracht van beschikkingen. Hoewel de dga volgens het Europese recht nooit ondernemer was, kan hij toch aansprakelijk worden gehouden voor belastingschulden van een fiscale eenheid die formeel is vastgesteld en niet tijdig is bestreden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de dga aansprakelijk blijft voor de omzetbelastingschulden van de fiscale eenheid ondanks het ontbreken van materieel bestaan en het niet-ondernemerschap.