ECLI:NL:HR:2012:BU7276
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor omzetbelastingschulden ondanks ontbreken fiscale eenheid
Belanghebbende, directeur en enige aandeelhouder van A B.V., werd aansprakelijk gesteld voor omzetbelastingschulden van de fiscale eenheid A B.V. c.s. over juli en augustus 2005. Hoewel de fiscale eenheid aanvankelijk was erkend, bleek later dat niet aan de materiële voorwaarden voor fiscale eenheid was voldaan.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en beperkte de aansprakelijkheid tot de daadwerkelijk verschuldigde omzetbelasting. Het Hof vernietigde deze uitspraak echter volledig en stelde dat zonder materiële fiscale eenheid geen aansprakelijkstelling mogelijk was.
De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Volgens de Hoge Raad blijft de aansprakelijkheid bestaan zolang de inspecteur niet schriftelijk is geïnformeerd over het niet langer bestaan van de fiscale eenheid, ook als achteraf blijkt dat de fiscale eenheid materieel nooit heeft bestaan. Dit volgt uit artikel 43 van Pro de Invorderingswet 1990 en artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Hoge Raad benadrukte dat de beschikking tot fiscale eenheid rechtszekerheid dient en dat de aansprakelijkheid voortduurt totdat de inspecteur op de hoogte is gesteld van gewijzigde omstandigheden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 9 november 2012 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de aansprakelijkheid voor omzetbelastingschulden blijft bestaan ondanks het ontbreken van materiële fiscale eenheid.