ECLI:NL:PHR:2012:BU7333
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt deelname aan criminele organisatie hennepteelt en bevestigt strafoplegging
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een organisatie die zich bezighield met het op bedrijfsmatige wijze telen en verkopen van grote hoeveelheden hennep, als bedoeld in artikel 11 van Pro de Opiumwet.
Verdachte voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom sprake was van een duurzame organisatie met een vaste rolverdeling, en dat het hof een verweer over het hoofd had gezien. De Hoge Raad oordeelt dat het hof uit de verklaringen en bewijsmiddelen voldoende heeft kunnen afleiden dat sprake was van een min of meer duurzame samenwerking met een zekere structuur, waarbij verdachte een leidende rol had.
Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de omvang van de hennepteelt, de rol van verdachte als 'baas' binnen de organisatie, de diefstal van elektriciteit en de schade aan de energiemaatschappij. De Hoge Raad stelt dat de strafoplegging aan de feitenrechter is voorbehouden en dat de opgelegde straf van 24 maanden niet onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad verwerpt de cassatie en bevestigt het vonnis van het hof, waarmee de veroordeling en strafoplegging standhouden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele henneporganisatie.