ECLI:NL:PHR:2012:BU8646
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens schending termijn en dossierverwarring
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in. De schriftuur met middelen van cassatie werd echter niet tijdig ingediend volgens de administratie van de Hoge Raad, omdat het faxexemplaar van de schriftuur in een verkeerd dossier was geplaatst.
De raadsman van verdachte stelde dat de schriftuur wel tijdig was verzonden en overlegde een faxverzendbevestiging. Nadere analyse toonde aan dat het faxexemplaar niet het juiste rolnummer bevatte, waardoor het in een nieuw dossier werd opgenomen en niet bij de strafzaak werd gevoegd. Dit leidde aanvankelijk tot een conclusie tot niet-ontvankelijkheid.
Later werd erkend dat de fout deels bij de administratie van de Hoge Raad lag door onvoldoende alertheid. Uiteindelijk werd vastgesteld dat de schriftuur tijdig was ingediend, maar het middel faalde inhoudelijk omdat het beroep zich richtte op bewijswaardering die niet tot cassatie leidt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde verdachte niet-ontvankelijk vanwege het niet voldoen aan de termijnvereisten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatie vanwege het niet tijdig indienen van de schriftuur.