ECLI:NL:PHR:2012:BU9882
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde terugwerkende verlaging partneralimentatie met terugbetalingsverplichting
In deze zaak verzoekte de man de partneralimentatie die hij aan de vrouw betaalde te verlagen met terugwerkende kracht vanaf 16 augustus 2005, met terugbetaling door de vrouw van teveel ontvangen alimentatie. De rechtbank stelde de verlaging in, maar pas vanaf 10 maart 2008, en oordeelde dat terugbetaling pas bij de definitieve verdeling van het huwelijksvermogen hoefde plaats te vinden. Het hof stelde de alimentatie lager vast vanaf 16 augustus 2005, waardoor een aanzienlijke terugbetalingsverplichting voor de vrouw ontstond.
De vrouw stelde cassatie in tegen het hofbesluit en voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom zij het bedrag met terugwerkende kracht moest terugbetalen, gezien haar lage inkomen, gebrek aan vermogen en onzekerheid over toekomstige verdeling van het huwelijksvermogen. De man betoogde dat de vrouw vermogen zou verkrijgen uit de verdeling en dat terugbetaling daarom redelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn motivering onvoldoende had toegelicht, omdat het zich slechts op de motivering van de rechtbank had beroepen die betrekking had op een latere ingangsdatum (10 maart 2008). Het hof had niet inzichtelijk gemaakt waarom terugbetaling vanaf 16 augustus 2005 kon worden verlangd, terwijl de vrouw expliciet had aangevoerd dat terugbetaling ingrijpende gevolgen voor haar zou hebben. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofbesluit en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Deze uitspraak benadrukt de motiveringsplicht van rechters bij het toekennen van terugwerkende kracht aan alimentatieverlagingen en de zorgvuldige afweging van de gevolgen voor de onderhoudsgerechtigde.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing wegens onvoldoende motivering over terugwerkende kracht van alimentatieverlaging en terugbetalingsverplichting.