ECLI:NL:PHR:2012:BU9892
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst tot verdeling van nalatenschap ondanks langdurige onderhandelingen
Deze zaak betreft een vordering tot verdeling van een nalatenschap die openviel op 12 september 1979. De erfgenamen, waaronder eiseres en meerdere verweerders, hebben jarenlang onderhandeld over de verdeling van de nalatenschap, bestaande uit vijf percelen grond, juwelen, roerende zaken en vorderingen. Er ontstond onenigheid over de toedeling van één perceel en de verdeling van roerende goederen.
Eiseres stelde dat tussen partijen reeds overeenstemming was bereikt over de volledige verdeling, onder meer gebaseerd op brieven van de notaris uit 1999 en 2000. Het hof oordeelde echter dat deze brieven slechts voorstellen bevatten en dat een essentiële voorwaarde, opgenomen in een brief van 11 december 2000, nog door eiseres moest worden aanvaard. Eiseres had de volmacht die onderdeel van deze voorwaarde was, niet verstrekt, waardoor geen definitieve overeenkomst tot stand kwam.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat geen bindende overeenkomst is gesloten. Latere correspondentie uit 2005 verwijst slechts naar de eerdere brieven en kan het ontbreken van overeenstemming op dat moment niet veranderen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat geen definitieve overeenkomst tot verdeling van de nalatenschap is gesloten en verwerpt het cassatieberoep.