ECLI:NL:PHR:2012:BV0608
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomst ondanks vervallen gemeentelijk voorkeursrecht
In deze zaak staat centraal of een koopovereenkomst nietig kan worden verklaard op grond van artikel 26 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), ook wanneer het gemeentelijke voorkeursrecht ten tijde van het verzoek tot nietigverklaring niet meer bestond. De koopovereenkomst betrof percelen grond waarop destijds een gemeentelijk voorkeursrecht rustte. Na diverse bestuursrechtelijke procedures werd het voorkeursrecht met terugwerkende kracht vervallen verklaard.
De gemeente had een verzoek ingediend tot nietigverklaring van de koopovereenkomst omdat deze met de kennelijke strekking was verricht afbreuk te doen aan het voorkeursrecht. De rechtbank verklaarde de koopovereenkomst nietig, hetgeen door het hof werd bekrachtigd. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of het voorkeursrecht nog moest bestaan op het moment van het verzoek of de rechterlijke beslissing.
De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van de strekking van de rechtshandeling moet plaatsvinden op het moment van het verrichten daarvan. Het feit dat het voorkeursrecht later vervallen is verklaard, staat niet aan nietigverklaring in de weg. De bescherming van het voorkeursrecht werkt ex tunc, waardoor de nietigheid terugwerkt tot het moment van de rechtshandeling. Een analogie met art. 3:45 BW Pro (actio pauliana) werd verworpen vanwege temporele verschillen in criteria.
De Hoge Raad wees ook op de wetswijziging van 2002 die het belang van de gemeente als toetsingscriterium had verwijderd, waardoor de bescherming van het voorkeursrecht is verscherpt. Tevens werd toegelicht dat de regeling van art. 26 lid 2 Wvg Pro vergelijkbaar is met de bevestigings- en vernietigingsregels van het BW, met een termijn van acht weken voor het indienen van het verzoek tot nietigverklaring.
De conclusie van de advocaat-generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, waarmee de eerdere uitspraak werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat vernietiging van de koopovereenkomst mogelijk is ondanks het latere verval van het gemeentelijk voorkeursrecht.