ECLI:NL:HR:2012:BV0608
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomst ondanks vervallen voorkeursrecht gemeente
De zaak betreft een geschil over de nietigheid van een koopovereenkomst van percelen grond waarop een gemeentelijk voorkeursrecht rustte. De koopovereenkomst werd gesloten in mei 2007, terwijl het voorkeursrecht op die percelen destijds rechtsgeldig was gevestigd. De gemeente had het voorkeursrecht later, met terugwerkende kracht, per 26 juni 2007 vervallen verklaard.
De gemeente verzocht de rechtbank om de koopovereenkomst nietig te verklaren op grond van artikel 26 lid 1 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), omdat de rechtshandeling was verricht met de kennelijke strekking om het voorkeursrecht te omzeilen. Zowel de rechtbank als het gerechtshof verklaarden de overeenkomst nietig. Het hof oordeelde dat de beoordeling van de nietigheid moet plaatsvinden op het moment van het verrichten van de rechtshandeling, niet op het moment van het verzoek tot nietigverklaring.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van de verkopers af. De Hoge Raad benadrukt dat de nietigheid kan worden ingeroepen ook nadat het voorkeursrecht is vervallen, omdat dit bijdraagt aan de effectieve werking van het voorkeursrecht. De Hoge Raad veroordeelt de verzoekers in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de koopovereenkomst nietig is verklaard ondanks het vervallen van het voorkeursrecht.