ECLI:NL:PHR:2012:BV0636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever bij veerbootongeval en onvoldoende aannemelijkheid causaal verband whiplashletsel
Eiser, werkzaam als veerman bij verweerder 1, liep op 18 augustus 2002 een incident op waarbij de hydraulische klep van de veerboot omlaag viel. Eiser voelde een zuigend/krakend gevoel in zijn hoofd maar werkte de volgende dag nog. Later ontstonden klachten die hij toeschrijft aan het incident. Hij vordert aansprakelijkheid en schadevergoeding van verweerder 1 en verweerder 2.
De kantonrechter wees de vorderingen af wegens tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende bewijs van aansprakelijkheid. Het hof stelde vast dat verweerder 1 zijn zorgplicht als werkgever had geschonden, maar vond onvoldoende bewijs dat eiser whiplashletsel had opgelopen door het ongeval. Ook andere civielrechtelijke grondslagen faalden. Eiser stelde cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden als gevolg van het ongeval, ondanks de erkende tekortkoming van de werkgever. De bewijslast voor het causaal verband rust op eiser, en het hof heeft dit niet onbegrijpelijk beoordeeld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; eiser slaagt er niet in het causaal verband tussen het ongeval en whiplashletsel aannemelijk te maken.