ECLI:NL:PHR:2012:BV0640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker exploiteerde van februari 2007 tot oktober 2008 een schadeherstelbedrijf en vroeg toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank wees dit verzoek af omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden. Het hof Arnhem bekrachtigde dit oordeel bij arrest.
Verzoeker kwam in cassatie tegen het arrest en voerde onder meer aan dat het hof onterecht had geoordeeld dat hij lichtzinnig was begonnen met de onderneming zonder gedegen ondernemingsplan en dat hij verwijtbaar had gehandeld bij het voortzetten van de onderneming en het niet tijdig beëindigen van de huurovereenkomst. De Hoge Raad overwoog dat het begrip goede trouw een open norm is die feitelijk moet worden ingevuld en dat het hof binnen zijn beoordelingsvrijheid alle feiten en omstandigheden mocht betrekken.
De Hoge Raad verwierp de klachten en bevestigde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was. Ook de stelling dat bijzondere omstandigheden (hardheidsclausule) toepassing zouden rechtvaardigen, werd verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd, waardoor verzoeker niet wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.