ECLI:NL:PHR:2013:1912
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw en onvoldoende opgave schulden
Op 11 februari 2013 diende verzoeker een verzoekschrift in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank stelde vast dat verzoeker onvoldoende inzicht gaf in het ontstaan van zijn schuldenlast van ruim €33 miljoen tegenover een vermogen van circa €140 miljoen, en dat er geen goede trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. Tevens ontbrak een deugdelijke opgave van schulden en een voldoende onderbouwde poging tot minnelijke regeling.
De rechtbank wees het verzoek af op 27 juni 2013. Verzoeker ging in hoger beroep, maar het hof ’s-Hertogenbosch bekrachtigde het vonnis op 5 september 2013. Het hof benadrukte dat tijdige en voldoende onderbouwde verificatoire stukken ontbraken en dat niet was voldaan aan de cumulatieve vereisten van de Faillissementswet, waaronder goede trouw.
Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de melding van het ontbreken van een minnelijke regeling onvoldoende was onderbouwd en dat verzoeker niet had voldaan aan zijn verplichtingen om tijdig stukken te overleggen. Ook het oordeel dat verzoeker niet te goeder trouw was, was niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw en onvoldoende onderbouwing van minnelijke regeling.