ECLI:NL:PHR:2012:BV1293
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bank aansprakelijk voor vroegtijdige kredietinperking en schade door faillissement assurantiebedrijf
De zaak betreft een geschil tussen Rabobank en [verweerder], eigenaar van de [C] Groep, die in financiële problemen verkeerde. In 2002 sloten partijen een convenant voor herfinanciering met als doel de groep te stabiliseren en faillissement te voorkomen. Rabobank verstrekte tijdelijke kredietverhogingen, maar beperkte dit krediet eind 2002/begin 2003 voortijdig en stopte met het uitvoeren van betalingsopdrachten, wat leidde tot faillissement van diverse vennootschappen.
[Verweerder] vorderde schadevergoeding wegens de tekortkoming van Rabobank, die het convenant niet was nagekomen. De rechtbank wees de vordering van Rabobank toe en wees de reconventionele vordering af. Het hof oordeelde dat Rabobank toerekenbaar tekort was geschoten en dat het onaanvaardbaar was dat zij de volledige lening van € 900.000 met rente van [verweerder] zou kunnen terugvorderen; slechts 30% van het bedrag werd toegewezen.
De Hoge Raad bevestigt dat Rabobank het convenant niet is nagekomen door het krediet voortijdig in te perken en betalingsopdrachten niet uit te voeren. Dit leidde tot schade bij [verweerder] en de [C] Groep. Het hof mocht de vordering tot schadevergoeding toewijzen en de terugvordering van de lening beperken op grond van redelijkheid en billijkheid. De verwijzing naar een schadestaatprocedure is gerechtvaardigd omdat het causaal verband tussen tekortkoming en schade aannemelijk is. Het cassatieberoep van Rabobank wordt verworpen.
Uitkomst: Rabobank is toerekenbaar tekortgeschoten en moet schadevergoeding betalen; terugvordering lening beperkt tot 30%.