ECLI:NL:PHR:2012:BV1522
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Iraaks recht op documentair krediet en verjaring bij Rafidain Bank versus Solvochem
Solvochem verkocht chemische grondstoffen aan een Iraakse onderneming, waarbij Rafidain Bank via vier Letters of Credit (L/C's) onherroepelijk documentair krediet opende. Solvochem trok wissels op Rafidain Bank, die deze accepteerde, maar betaling bleef uit. Rafidain Bank stelde dat documenten niet tijdig waren overgelegd en vorderingen verjaard waren.
De rechtbank veroordeelde Rafidain Bank bij verstek, maar stelde het verzet van de bank later in het gelijk. Het hof Amsterdam oordeelde dat de documenten tijdig en volledig waren gepresenteerd, dat de betalingsverplichting onder de L/C's de kenmerkende prestatie vormde en dat Iraaks recht van toepassing was. Rafidain Bank stelde cassatieberoep in.
De Hoge Raad bevestigde dat de vordering van Solvochem niet een zuivere wisselvordering is, maar gebaseerd op de betalingsverplichting uit de L/C's. De toepassing van de Uniform Customs and Practices for Documentary Credits (UCP 400) is van belang en verdringt de toepassing van Nederlands wisselrecht. Het hof mocht het Iraakse recht toepassen als het recht van het land waar de kenmerkende prestatie wordt verricht. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende de toepasselijke Iraakse verjaringstermijn heeft vastgesteld en verwees de zaak terug voor nadere beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de toepasselijke Iraakse verjaringstermijn en de zaak wordt terugverwezen.