ECLI:NL:PHR:2012:BV3402
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht alimentatieplichtige bij variabel inkomen en nadere vaststelling kinderalimentatie
In deze zaak stond de vraag centraal hoe de draagkracht van een alimentatieplichtige met een variabel inkomen moet worden beoordeeld bij een verzoek tot nadere vaststelling van kinderalimentatie. De verzoekster stelde dat het inkomen over meerdere jaren gemiddeld moest worden genomen, zodat overschotten in betere jaren tekorten in mindere jaren konden compenseren. Het hof had echter geoordeeld dat alleen de daadwerkelijke draagkracht ten tijde van het verzoek, inclusief middelen die redelijkerwijs beschikbaar zijn, bepalend is.
De Hoge Raad bevestigde dat draagkracht een feitelijk gegeven is dat zich richt op het vermogen om op het moment van beoordeling middelen af te staan, waarbij inkomen of vermogen uit het verleden dat niet meer beschikbaar is, niet mag worden meegewogen. Ook nalatigheid van de alimentatieplichtige in het verleden leidt niet tot een andere beoordeling van de actuele draagkracht.
Het hof had de door de alimentatieplichtige overgelegde gegevens als overtuigend beoordeeld en dit oordeel is in cassatie niet toetsbaar. Het cassatieberoep van verzoekster werd daarom verworpen. De kosten werden volgens de gebruikelijke regels verdeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en de vaststelling van de alimentatie door het hof blijft in stand.