ECLI:NL:PHR:2012:BV3556
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad past hardheidsclausule toe bij te late betaling griffierecht door verwarring gerechtelijke administratie
Verzoeker heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om vaststelling van de Nederlandse nationaliteit, wat werd afgewezen. Tegen dit vonnis stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De griffierechten werden door de advocaat van verzoeker betaald binnen de termijn die door de gerechtelijke administratie in een nota was vermeld, maar niet binnen de wettelijke termijn.
De griffie constateerde dat het griffierecht niet tijdig was voldaan en stelde verzoeker in de gelegenheid zich hierover uit te laten. De wettelijke termijn voor betaling was vier weken na indiening van het verzoekschrift, maar de gerechtelijke administratie had in standaardbrieven een afwijkende termijn van 28 dagen na dagtekening van de nota vermeld.
De Hoge Raad overweegt dat de advocaat geacht wordt op de hoogte te zijn van de wettelijke termijn en de gevolgen van overschrijding, maar erkent dat de afwijkende mededeling van de gerechtelijke administratie leidt tot verwarring. Daarom acht de Hoge Raad toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd en zal hij een datum bepalen voor indiening van een verweerschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad past de hardheidsclausule toe en verklaart het cassatieberoep ontvankelijk ondanks te late betaling van het griffierecht.