ECLI:NL:PHR:2012:BV6690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid buitengerechtelijke incassokosten zonder bindende forfaitaire regeling
In deze zaak staat de vordering van buitengerechtelijke incassokosten centraal die eiseres heeft gevorderd na niet-betaling van een koopprijs door verweerster. Na het sluiten van een koopovereenkomst in 2008 en het niet nakomen van de betalingsverplichting, heeft eiseres incassomaatregelen getroffen en kosten gevorderd.
De rechtbank wees de vordering tot buitengerechtelijke kosten af, en het hof bekrachtigde dit oordeel, waarbij het onvoldoende onderbouwing van de kosten als reden gaf. Eiseres stelde cassatieberoep in tegen deze afwijzing en tegen de proceskostenveroordeling.
De Hoge Raad bevestigt dat het rapport Voor-werk II en het Liquidatietarief slechts aanbevelingen zijn en geen bindend recht in de zin van art. 79 RO Pro. De rechter moet de redelijkheid van de gevorderde kosten toetsen aan de hand van art. 6:96 lid 2 BW Pro, waarbij zowel het maken van kosten als de omvang daarvan redelijk moet zijn. Er is geen verplichting om forfaitaire waardering toe te passen.
De Hoge Raad verwerpt de klachten van eiseres over het niet toepassen van forfaitaire waardering en over de proceskostenveroordeling, en benadrukt dat de rechter grote vrijheid heeft bij de verdeling van proceskosten bij gedeeltelijk gelijk en ongelijk. De conclusie is dat het hof zijn taak naar behoren heeft vervuld en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.